Hoe kwamen de landgoederen in Nederland tot stand?

Alle onderdelen van de geschiedenis hebben een aanloop of een verklaring. Soms denken we daar niet eens over na, omdat het relatief normaal geworden is in onze ogen. Zo komen we met regelmaat langs hele grote landgoederen, kijken we er eens naar en rijden dan verder, stiekem dromend van zo’n paleis voor ons zelf ooit. Maar de landgoederen zijn duur, en vooral ontzettend groot voor een kleiner gezin. Dat is precies waarom ze opgezet zijn! Wie lieten de landgoederen bouwen en wat was de rol van deze enorme gebouwen?

De periode na de adel

In de Middeleeuwen was het de adel die de scepter zwaaide. Zij verbonden zich aan de landheren en begonnen met het uitsluiten van de overige mensen door de adel door te laten lopen via de bloedlijn. Aan het einde van de Middeleeuwen kwam de stand van de adel al in de problemen. Er kwam een nieuwe groep op, de zogeheten nieuwe adel. Zij waren niet adellijk van geboorte, maar hadden het geld om titels te kopen waarmee zij zich ook aan de vorsten wisten te binden. Dit zorgde ervoor dat het begrip van de adel ineens veel minder waard werd. Het werd duidelijk dat dit geen concept zou zijn dat langer vol zou kunnen houden.

Dat klopte. Direct na de Middeleeuwen kwam een nieuwe groep op, de rijkere burgerij. Dit waren mensen die rijk geworden waren door de handel of door de nieuwe fabrieken die begonnen te bloeien. Deze groep hoefde niet zozeer tot de adel te horen, zij wilden vooral boven de arbeidersklasse uitsteken en bij voorkeur zo ver mogelijk ook. Dat is waar de landgoederen begonnen op te komen. De rijkere mensen lieten grote landgoederen bouwen in Gelderland en gingen in het weekend de stad uit. De arbeiders hadden hier het geld niet voor en keken op tegen de grote landgoederen, die uiteraard altijd zichtbaar moesten zijn.

De periode naar de natuur

Na deze periode beginnen de fabrieken pas echt flink op te komen. Dit zorgt voor veel meer werk, maar het zorgt er ook voor dat mensen een rem willen zetten op de ontwikkelingen. De fabrieken komen in hoge vaart op en het worden steeds langere dagen, met steeds meer vervuiling, ongelukken en werkdruk. Als tegenreactie komt de Romantiek op, waarbij de landgoederen een centrale rol spelen. De mensen willen weg uit de drukke stad en zoeken toevlucht op het platteland, precies waar de landgoederen staan.

Het prestige element blijft hier overigens nog steeds meespelen. In het landhuis stond het goede servies, stonden altijd veel te veel stoelen en banken om aan te tonen hoe druk het er altijd is, en uiteraard werden er regelmatig gasten over de vloer gehaald om te laten zien hoe goed de rijkere burgerij het voor elkaar had. In de tweede periode winnen de landgoederen in het bos en aan het water overigens flink aan prestige, de rijkere burgerij wil dan de natuur in om terug te gaan naar het primitieve leven. Weliswaar met alle mogelijke bedienden en de meest mogelijke luxe.