In Kennemerland, langs de binnenduinrand, langs de Amstel of de Vecht, aan de trekvaarten, op de zandafgravingen bij ‘s Gravenland, in het Gooi, in de Beemster en in de andere polders, overal in Noord Holland zochten in de 17de eeuw en 18de eeuw de nieuwe rijken een plek om zich ’s zomers te kunnen ontspannen. Met zeilscheepjes, rijtuigen of per trekschuit waren de buitens goed bereikbaar. Aan het begin van de 17de eeuw bestond een zomerverblijf vaak alleen uit een herenkamer bij een boerderij of een speelhuis of theekoepel vlak bij de stad. In de loop van de tijd werden de buitens schitterende huizen met aan de straatzijde een imposante toegangspoort en oprijlaan en aan de achterzijde een mooi aangelegde tuin. In de 18de eeuw bereikte deze cultuur haar hoogtepunt.

Van de honderden buitenplaatsen in Noord-Holland zijn er velen verdwenen. Gelukkig zijn in de Provinciale Atlas van Noord-Holland veel kaarten, prenten en tekeningen opgenomen die een goede indruk geven van deze door de gehele provincie verspreidde lusthoven.
De tentoonstelling is samengesteld door de Stichting Provinciale Atlas Noord-Holland, in samenwerking met het Noord-Hollands Archief en de Provincie Noord-Holland.
De expositie is op werkdagen te bezichtigen van 09.00 tot 17.00 uur maar ook tijdens het weekend van Open Monumentendagen op zaterdag 8 (10.00 -17.00 uur) en zondag 9 september (van 12.00-17.00 uur).









