Op 1 juli werd op Kasteel Groeneveld, dat officieus opende na een renovatie, het eerste exemplaar van het boek Kasteel Groeneveld Buitenplaats voor stad en land overhandigd aan Chris Kalden, algemeen directeur van Staatsbosbeheer. Hij wees bij die gelegenheid op het belang van het behoud van het ensemble. Daarbij niet alleen doelend op het gebouw in samenhang met het groen, maar hij betrok er ook duidelijk de inhoud van het gebouw erbij. Kasteel Groeneveld is al ruim 35 jaar een ‘buitenplaats voor stad en platteland’ waar – sinds het beheer door het voormalige ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselvoorziening, nu ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie - cultuur en beleidsdebat binnen het ensemble een unieke plaats hebben gekregen.
Kasteel Groeneveld behoort tot behoort onmiskenbaar tot onze belangrijkste buitenplaatsen. Amsterdamse kooplieden en bestuurders gaven het huis gedurende de 18de en 19de eeuw haar onweerstaanbaar voorkomen. Zij genoten hier tijdens zomerse maanden samen met familie en vrienden van het buitenleven. Ook nu doen velen dat hier, maar nu het hele jaar rond. In dit boek gaan vijf kenners, ieder vanuit een eigen invalshoek, in op de uiteenlopende aspecten die samenhangen met onze buitenplaatsen in het algemeen en meer specifiek die van Kasteel Groeneveld. Historicus Heimerick Tromp komt met talrijke nieuwe details over de bouwgeschiedenis van Groeneveld. Hij ontrafelt hierbij als een ware detective wie de opdracht gaf tot de bouw van de twee vleugels aan het corps de logis. Dit was tot op heden onbekend. De volgende bijdrage is van de hand van kunsthistorica Barbara Joustra. Zij gaat in op het algemene culturele beleven op de buitenplaatsen en verbindt dit aan Kasteel Groeneveld. Marita Mathijsen, kenner van de 19de-eeuwse Nederlandse leteren, legt uit op grond van welke veranderende opvattingen onze voorouders tussen 1750 en 190
0 de natuur emotioneel volkomen anders zijn gaan beleven. Culinair journalist Janny van der Heijden gaat in op wat er op buitenplaatsen werd gegeten en gedronken en beschrijft wie er in de 19de eeuw hier dineerden en ze voorgeschoteld kregen. De laatste bijdrage is van de hand van Eline Hopperus Buma en Dik van der Meulen. Zij laten zien hoe Joop en Ali Colson, in de jaren vijftig en zestig de hoofdbewoners van Groeneveld, het kasteel ombouwden tot een vrijplaats van kunstenaars.
Kasteel Groeneveld Buitenplaats voor stad en land.
Gebonden met vele afbeeldingen. 240 pagina’s
ISBN 9789068685961. Uitgever: Thoth, Bussum.
Te bestellen via de boekhandel. € 24,95











Als kind heb ik op de zolder van Kasteel Groeneveld gespeeld. Een vriendin van mijn moeder paste , tijdens afwezigheid van de bewoners , op het Kasteel , en wij mochten op bezoek komen. Er was een landloper in de keuken geweest en had kaas gestolen , mijn tante was daar erg boos over en mijn broer en ik vonden het super spannend. Het moet in 1954 / 55 geweest zijn. Ik kan het me nog heel goed herinneren.
In de jaren 60 ben ik samen met mijn vader vaak op kasteel groeneveld geweest. Op visite bij Dhr. Colson. Het was iedere keer een groot avontuur. Er was een bonte verzameling van curiosa, in de gangen stonden als ik het mij goed herinner een aantal pianola’s.Ik vond het iedere keer weer reuze spannend.
In de tuin stond de woonwagen vann Pipo de clown. De buiten opname’s werden destijds daar gemaakt.
Als ik nu in de tuinen wandel denk ik altijd even terug aan die mooie tijd