• Uithuizen-Menkemaborg-004 feature Aanbevelingen uit het Jaar van de Historische Buitenplaats

    Lees meer

  • balk TORREN_070816_2_100 Alle Complex Historische Buitenplaatsen op kaart

    Naar overzicht

  • balk TORREN_071005_1_009 Buitenplaatsen en landgoederen in de Canon van Nederlandse geschiedenis

    Lees verder

  • oostkapelle Uw buitenplaats en activiteiten ook vermelden

    Lees verder …

  • balk TORREN_070829_2_071 Ruim 600 buitenplaatsen in Nederland

    Lees verder

Discussies over National Trust opstap naar samenwerking?

De LinkedIn groep Jaar van de Historische Buitenplaats 2012 heeft momenteel 689 leden. In deze groep wordt gediscussieerd over diverse onderwerpen met betrekking  tot historische buitenplaatsen. Iedereen met een LinkedIn account kan lid worden van deze groep en aan de discussies deelnemen. Momenteel loopt er een actuele discussie over mogelijke samenwerkings-modellen. Een national trust of een meer op Nederlandse leest geschoeide samenwerking?
Geen LinkedIn? U kunt ook uw commentaar geven onderaan dit bericht!

De aanwezigheid van dame Fiona Reynolds, algemeen directeur van de Engelse National Trust, op ons onlangs gehouden symposium te Middachten leverde die dag direct al talrijke reacties op. Met enige afgunst  werd geluisterd naar de wijze waarop men dit nationale erfgoed in Engeland beschermd. Mede naar aanleiding hiervan begon ik op onze LinkedIn groep Jaar van de Historische Buitenplaats 2012 een discussie over de haalbaarheid van een Nederlandse trust. De gedachtewisseling handelt over de wenselijkheid en haalbaarheid van een dergelijke Nederlandse variant. Ook de Erfgoedstem nam de discussie over en ook daar wordt nu gepraat over de voor- en nadelen en de haalbaarheid van deze gedachte. Overigens is deze discussie in de afgelopen jaren vaker opgelaaid. Om uiteenlopende redenen is er nooit een begin gemaakt met een enig initiatief.

Zelf denk ik dat een organisatie à la de engelse National Trust voor ons land om meerdere redenen niet haalbaar of zelfs irreëel is. Ons erfrecht steekt anders in elkaar net als ons belastingsysteem. Daarnaast hebben wij een achterstand van ruim honderd jaar met Engeland en zijn de economische tijdsomstandigheden wezenlijk anders dan ten tijde van de oprichting in 1894. Ook acht ik een trust onhaalbaar omdat noodlijdende  stichtingen, familie bv’s of andere buitenplaatseigenaren zonder ‘bruidsschat’ niet zouden moeten kunnen toetreden. De grote crisis waarmee de Engelse National Trust rond 1965 mee te kampen had en die toen bijna leidde tot haar ondergang, had ondermeer ook met dit punt te maken.

Hier ook wreekt zich de slordige wijze waarop wij in ons land en gedurende de laatste vijftig jaar de definiëring van het begrip van de historische buitenplaatsen hebben gehanteerd. De belangen van landgoederen en buitenplaatsen en alle uiteenlopende verschijningsvorm die hiermee samenhangen, lopen constant door elkaar, waardoor een bijzonder mistig werkveld is ontstaan. Lokale overheden, het brede publiek, de politiek, etc. hebben geen vast omlijnd of helder begrip waar het precies over gaat. Door alles telkens op een hoop te vegen, worden appels met peren vergeleken. Dat kan kwalijke gevolgen hebben voor de bescherming van deze vaak eeuwenoude culturele erfgoederen. Tegelijk lopen cultuurhistorische bedreigingen hand in hand met land- en grondproblematieken en dat terwijl in het Westen tal van buitenplaatsen nauwelijks tot geen grond hebben.

Als cultureel ondernemer en kenner van de rijk geschakeerde wereld van Nederlandse buitenplaatsen denk ik dat vergaande onderlinge samenwerking zinvol en noodzakelijk is. In zulke franchisemodellen kunnen historische buitenplaatsen met elkaar bestuur, financiën en inkoop regelen van bijvoorbeeld kennis (conservatoren) en faciliteiten zoals energie, tuinonderhoud, schoonmaak, etc. inkopen. Ook de inzet van vrijwilligers zou makkelijk centraal geregeld kunnen worden. Overigens heeft de provincie Noord-Holland samen met Landschap Noord-Holland hiermee inmiddels een start gemaakt.

Een bijzonder lastige omstandigheid is de enorme versnippering van het erfgoedveld in ons land. Niet alleen zijn er lokale, regionale en provinciale voorzieningen, voor haast ieder onderwerp dat buitenplaatsen aangaat, bestaat wel een stichting of instelling, die onderling vaak niet op elkaar zijn aangesloten. Ook de weinig werkbare noch vruchtbare verdeling van particuliere eigenaren en institutioneel beheerde buitenplaatsen werkt vaak niet voordele van de algehele instandhouding van de ons resterende complex historische buitenplaatsen.  Eindeloos veel (eigen)belangen en emoties staan de objectieve instandhouding van dit erfgoed soms in de weg terwijl het in sommige provincies zelf geheel ontbreekt aan verbanden waarbinnen gewerkt kan worden aan de instandhouding van historische buitenplaatsen. Hierbij komt dat groen beherende organisaties zoals Staatsbosbeheer, de Landschappen en Natuurmonumenten tot voor kort vooral op de instandhouding van het groen waren gericht. De monumenten, die onlosmakelijk onderdeel van een buitenplaats uitmaakt, deden er niet of nauwelijks toe. Dit laatste lijkt, mede door het succesvolle Themajaar van de Historische Buitenplaatsen, meer en meer te worden doorbroken. Nu nog meer samenwerking in belang van het gelijkvormige doel waartoe men zich  overal afzonderlijk inzet. Buitenplaatsen als geheel zijn hierbij gebaat en als zij gaaf worden bewaard, neem ik de grapjes over de zogenaamde uniforme beplanting van historische buitenplaatsen door bijvoorbeeld Staatsbosbeheer graag voor lief. Maar hoe zal het Staatsbosbeheer vergaan en hoe ziet de toekomst van Natuurmonumenten er uit? De verbintenis tussen stad en land is en blijft een lastig probleem terwijl juist dit element in de geschiedenis van historische buitenplaatsen dit op een uiterst natuurlijke wijze vorm heeft gekregen. In het Westen zijn vele buitenplaatsen in veel opzichten verplicht aan steden waarbij Amsterdam de kroon spant.

Naar mijn idee moeten zowel de landelijke belangen van buitenplaatsen in het algemeen worden gediend als die in de verschillende regio’s. Kennis vergaring en uitwisseling is hierbij een essentieel gegeven. Moeilijkheid hierbij is het overkomen van de wezenlijk versnipperde erfgoedwereld en het vinden van politiek draagvlak, die gebaseerd is op herbezinning en herijking van de monumentenwetgeving. Deze laatste zal in de komende jaren als gevolg van de economische crises steeds meer onder druk komen te staan. Tegelijk geloof ik dat provinciale en landelijke overheden initiatieven die tot nauwere samenwerking leiden, zouden moeten steunen omdat het voor hen uiteindelijk ook leidt tot zinvolle en reële besparingen. Zeker nu meerdere buitenplaatsen te kampen hebben met uiteenlopende zorgen, kan de bundeling van krachten en zorg tot meer verbreding en vooral tot reductie van kosten leiden en tot meer creatieve mogelijkheden.

Zelf nam ik een paar jaar geleden deel aan een overleg op een historische buitenplaats dat dit streven als inzet had. Samen met enige historische huismusea en buitenplaatsen is toen meermalen nagedacht over vormen van samenwerking die tot besparing, synergie en vernieuwing hadden kunnen leiden. Helaas is dat overleg toen gesneuveld in de belangen van een deelnemende partij. Het maakte mij toen wel duidelijk dat het opzetten van (vergaande) samenwerking niet eenvoudig is maar niet onhaalbaar. Zeker als overheden hierbij een stimulerende rol zouden gaan vervullen door financiële steun toe te kennen aan buitenplaatsen die voor deze vorm kiezen. In Utrecht zijn er tal van kandidaten die bij deze vorm van samenwerking baat zouden kunnen hebben maar ook in Noord- en Zuid-Holland. Wat vindt u? Discussieert u mee waarbij onze inzet is te voorkomen dat we over tien jaar wederom een Themajaar voor de historische buitenplaatsen moeten organiseren.

René W.Chr. Dessing

Voorzitter Stichting Themajaar Historische Buitenplaatsen 2012.

 

 

Deel online:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
Dit bericht is geplaatst in Geen categorie, Kennis, Nieuws. Bookmark de permalink.

2 Reacties op Discussies over National Trust opstap naar samenwerking?

  1. Albert Schimmelpelpenninck zegt:

    Buitenplaatsen zijn bij uitstek vormgegeven door eigenaren/ families. Iedere buitenplaats heeft zijn eigen geschiedenis die meestal sterk verweven is met de geschiedenis van de achtereenvolgende bewoners. Het beste dat een buitenplats kan overkomen is dat die lijn wordt doorgetrokken. Het is belangrijk dat eigenaren kunnen beschikken over de nodige expertise zoals Monumentenwacht, gespecialiseerde aannemers, restauratoren, landschapsarchitecten, belastingdeskundigen etc. Maar laat vooral iedere eigenaar zijn eigen liedje zingen en geef hem de mogelijkheid de buitenplaats verder vorm te geven. Samenwerking is vooral nodig bij de belangenbehartiging bij de overheid. de tendens waarbij steeds meer buitenplaatsen in handen komen van grotere instellingen of overheden is m.i. een verarming.

  2. In het zojuist verschenen boek ‘Waardevol Groen’ (zie: http://www.innovatienetwerk.org/nl/bibliotheek/rapporten/527/WaardevolGroen.html) bepleit Herman Hollander van Landgoed Keukenhof een Nederlandse versie van de National Trust met de nadruk op samenwerking.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

Anti-spam quiz: