Borgen in Groningen

borgen

Freaylemaborg in Slochteren

In Groningen worden de kastelen waaruit de latere buitenplaatsen ontstonden ‘borgen’ genoemd. De ontwikkeling van deze kastelen en buitenplaatsen verliep eigenlijk gelijk aan de ontwikkeling van buitenplaatsen in de rest van Nederland. De Groninger borgen werden bewoond door ‘hoofdelingen’. Dit waren rijke landeigenaren die extra rechten bezaten, zoals o.a. jachtrechten en het recht op zwanendrift. Door hun maatschappelijke positie vormden zij de adel van de noordelijke provinciën. Er ontstond een eigen titel voor deze heren die zich ‘jonkers’ noemde. Vanaf de 18e eeuw werd deze titel niet meer gebruikt.

De Menkemaborg in uithuizen

Borgen

De Groningse borgen ontstonden vanuit een ‘steenhuis’. In de 14e en 15e eeuw werden deze stenen verdedigingsgebouwen gebouwd door een landheer. Ze dienden als bescherming voor de heer, zijn gezin en de omwonende boeren. Het waren eenvoudige brede gebouwen met meerdere verdiepingen. De entree was gesitueerd op de eerste verdieping waardoor bij belegering de entree op veilige hoogte zat. De ‘steenhuizen’ werden niet permanent bewoond, maar alleen gebruikt in tijden van belegering.

De borg Verhildersum in Leens

De ‘steenhuizen’ waren gelegen op het erf van een rijkere boer, een hoofdeling, die in het bezit was van een ‘heerde’, een grote, stenen boerderij. De functie van de steenhuizen in de 16e eeuw verdween door het gebruik van buskruit en later het afnemen van de belegeringsdreiging. Als gevolg daarvan werden de huizen door de eigenaar verbouwd tot meer aangename verblijfsplaatsen. Er werden vleugels en trapgebouwen aangebouwd. De eerste tuinen en lanen werden ook in deze periode aangelegd. Al snel daarna volgden de bijgebouwen voor de voorraad, het personeel, de paardenstallen en de koetsgebouwen. Opvallend is wel dat veel borgen nog steeds een rechthoekige plattegrond hebben met één of meerdere bouwlagen. Een vorm die voortkomt vanuit de oude steenhuizen. Door aanbouw van vleugels is deze vorm soms verbasterd naar een U-vorm.

Vanaf de 17e eeuw gingen ook patriciërs uit Groningen over tot de aanschaf van een borg. De borgen werden door deze nieuwe eigenaren flink verbouwd en vaak verdween de oude karakteristieke vorm bijna geheel. Rondom de borgen werden moderne tuinen aangelegd, die aansloten op de heersende tuinstijl. In deze periode werden de borgen ook voor het eerst echt als buitenhuis gebruikt. Daarvoor waren het toch voornamelijk vaste verblijfplaatsen van de hoofdelingen.vanaf de 17e eeuw worden er ook nieuwe borgen gebouwd. Deze buitenhuizen zijn het bezit van de rijkere burgers en verveners. Deze huizen hebben eenzelfde vorm en verschijningsvorm als de oudere borgen. In de 18e en  19e eeuw begint de afbraak van de borgen als gevolg van de hoge beheerskosten en verval. Uiteindelijk bestonden er in de hoogtijdagen circa 110 borgen. Inmiddels zijn er nog slechts 16 over. Voorbeelden van oude borgen die zijn ontstaan vanuit een steenhuis en nog steeds goed in tact zijn, zijn: de Menkemaborg in Uithuizen, de Fraeylemaborg in Slochteren en Verhildersum in Leens.

Tekst: Linda Driesen – Van der Male

Voor dit artikel is gebruik gemaakt van:
www.borgeningroningen.nl
Verder Lezen:
Braasem, W.A. en Meeter, O. (1983), Jonkers tussen stad en wad. De Groningse borgen in haar bewoners, Den Haag.
Battjes, J. en Ladrak, H. (2005), Van steenhuis tot borg. De bouwhistorie van de Menkemaborg. Detailfotos en tekeningen geven inzicht in de ontwikkelingsgeschiedenis.
Formsma, W.J., Luitjens-Dijkveld Stol, R.A. en Pathuis, A. (1987), De Ommelander borgen en steenhuizen, Assen.
Molen, S.J. van der en Vogt, P. (1978) Stinzen, Borgen en Havezaten van het Noordererf, Zutphen

Deel online:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
Dit bericht is geplaatst in Artikelen, Groningen, Nieuws en getagd , , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

Anti-spam quiz: