Buitenplaatseigenaren hebben altijd een bijzondere relatie gehad met water. Zowel in het natte westen als het drogere oosten en zuiden van land werd water ingezet als verrijking van de buitenplaatsaanleg. Maar in het westen was er ook een worsteling met water om het terrein droog te houden. De verhoudingen tussen hoogheemraden en buitenplaatseigenaren waren om die reden wel eens op gespannen voet. Beiden hadden een eigen en een gezamenlijk belang te vertegenwoordigen.
Noodzaak
Waar mogelijk werden buitenplaatsen bij voorkeur op de droge plekken in het landschap gelegd, op strandwallen en zandkoppen. Zeker de nieuwe buitenplaatsen, die aan het einde van de 18e en in het begin van de 19e eeuw werden gebouwd was dat niet altijd meer mogelijk omdat er geen geschikte grond beschikbaar was. Stukken grond in de polder langs vaarwegen werden dan als interessante nieuwe locaties beschouwd vanwege de goede bereikbaarheid en zichtlocatie. In de polder was het droog houden van het land en het huis wel ingewikkelder dan op de strandwallen die van nature droog waren. De aanleg van extra sloten om het land droog te krijgen was noodzakelijk. In veel gevallen was voor de bemaling een extra windmolentje noodzakelijk. Voor buitenplaatseigenaren betekende de aanpassingen aan de polder dat er in overleg met de hoogheemraden tot een bevredigende oplossing moest worden gekomen. Bemaling van een extra stuk land, betekende ook dat het op andere plaatsen droger of natter werd. Met name in de winter leverde dat nog wel eens problemen op omdat er tot ver in de 19e eeuw alleen in de zomer werd bemalen. Veel van de landerijen stonden in de winter onder een laag water van ca. 1 m. Een parkaanleg van een buitenplaats kon dat natuurlijk niet hebben, waardoor winterbemaling moest worden toegepast om in ieder geval het eigen park droog te houden. Om deze reden werden kleine systemen rondom de eigen buitenplaats aangelegd met kades en bemalingssloten. Hiermee hebben de buitenplaatsen een belangrijke rol gespeeld in het inrichten van het landschap.
Het waren daarnaast ook vaak de heren van kastelen en later landgoederen die opdracht gaven een deel van hun land in te polderen. Al voordat de hoogheemraden bestonden, waagden landeigenaren zich aan dit werk. Ze lieten een molen bouwen en sloten aanleggen om een gebied te ontginnen ten behoeve van landbouw en veeteelt. Na het ontstaan van de hoogheemraden vanaf de 12e/13e eeuw werd er meer samenhang gezocht in het inpolderen van gebieden en moest door de heren van een landgoed eerst toestemming gevraagd worden aan de hoogheemraad van het betreffende gebied.
Plezier
Water was niet alleen een last. Water leverde ook veel plezier op het terrein van een buitenplaats. Vijvers, springende fonteinen en opvaarten zijn allemaal voorbeelden van de aangename kant van het water. Voor opvaarten werd in poldergebieden vaak gebruik gemaakt van boezemwater omdat dit aansloot op de waterinfrastructuur waar ook de wat grotere boten en trekschuiten kwamen. De buitenplaats kon door aantakking op deze infrastructuur goed ontsloten worden. Soms kon gebruik gemaakt worden van natuurlijke waterlopen tot aan een buitenplaats, maar vaak werd er één gegraven om een goede opvaart te maken. Vijvers en waterlopen die over buitenplaatsen werden aangelegd werden gevoed vanuit natuurlijke beken of weteringen. Soms werden deze waterlopen omgeleid om over het terrein van een buitenplaats te lopen en deze van een waterornament te voorzien. Waar dit niet mogelijk was werden vertakkingen van een beek of wetering aangelegd om alsnog het gewenste resultaat te bereiken. Voor dit soort ontwikkelingen was nauw overleg met de waterschappen nodig om deze ingrijpende ontwikkelingen in goede banen de leiden en waterrampen als dijkdoorbraken te voorkomen.
Linda Driesen-Van der Male












Beste Linda, Een heel interessant artikeltje. Ik heb het met veel plezier gelezen, maar wil natuurlijk veel en veel meer lezen over dit onderwerp. Jammer genoeg geef je geen literatuur op. Kun je wat literatuurverwijzingen opgeven als nog? Misschien zou je zelf er ook dieper op in willen gaan? Dan zou het een aardig artikel voor Cascade kunnen worden (denk aan de mogelijkheden Cascade-bulletin; Cascade-weblog; Cascade-Nieuwsbrief). gr. CO
Beste Linda en Carla,
Zeker een zeer interessant onderwerp: buitenplaatsen en water. Als bestuurslid van de St. Heiligenbergerbeekdal te Amersfoort zet ik mij in voor het herstel van een oude waterloop die vroeger buitenplaats (toen nog: landgoed) Randenbroek -jou welbekend, Carla- van schoon water voorzag. Dit water werd onder meer gebruikt voor de blekerij die zeker uit 1600 stamt en waarvan de structuren (bleekvelden en bleeksloten) nog intact zijn. Gemeente en Waterschap waren eerst vóór dit plan, maar hebben hun mening herzien op basis van -naar onze opinie- foutieve gegevens over en foutieve interpretatie van juiste gegevens over de waterhuishouding. Gelukkig gaat de gemeente haar conclusie nu opnieuw onderzoeken. Ik houd jullie op de hoogte.