• Uithuizen-Menkemaborg-004 feature Aanbevelingen uit het Jaar van de Historische Buitenplaats

    Lees meer

  • balk TORREN_070816_2_100 Alle Complex Historische Buitenplaatsen op kaart

    Naar overzicht

  • balk TORREN_071005_1_009 Buitenplaatsen en landgoederen in de Canon van Nederlandse geschiedenis

    Lees verder

  • oostkapelle Uw buitenplaats en activiteiten ook vermelden

    Lees verder …

  • balk TORREN_070829_2_071 Ruim 600 buitenplaatsen in Nederland

    Lees verder

Ontstaan van buitenplaatsen en landgoederen

Vraag honderd Nederlanders wat een buitenplaats is en misschien geeft één persoon het juiste antwoord. Hoe komt het dat buitenplaatsen bij het grote publiek zo onbekend zijn? En dat terwijl buitenplaatsen tot één van de 50 vensters van de Canon van de Nederlandse Geschiedenis behoren, te samen met andere hoogtepunten als Rembrandt, de grachtengordel en Annie M.G. Schmidt? Maar bij nadere beschouwing van je omgeving: Wie heeft er nog nooit gewandeld in een aangelegd park dat rond een oud huis is gesitueerd? Deze parken zijn een overblijfsel van een fenomeen dat in de Gouden Eeuw tot ontwikkeling kwam: de buitenplaatsen en landgoederen.

Aan het eind van de Middeleeuwen kwam een einde aan de noodzaak kastelen te verdedigen. Hierdoor werd de aandacht verlegd naar een woon- en bestuurlijke functie voor kastelen. De adel bleef deze plekken bewonen en verfraaide de omgeving tot een aangename plaats om te verblijven. Daarnaast speelde de groei van een burgerlijke elite een rol in de ontwikkeling van de landgoederen en buitenplaatsen. De adel etaleerde zijn status met de bewoning van kastelen. De burgerlijke elite, zoals secretarissen, notarissen en juristen, bemachtigde belangrijke functies in de samenleving en profiteerde van de opkomende handel overzee. Deze nieuwe positie wilde zij op een zelfde wijze als de adel etaleren: door bezit van een mooi kasteel of landhuis met een modieuze tuin. Wanneer het de burgerlijke elite niet lukte een kasteel te bemachtigen, werd een nieuwe heerlijkheid gesticht. Meestal door aankoop van een boerderij met landerijen. De boerderij werd bijvoorbeeld geschikt gemaakt voor burgerlijke bewoning met een stenen aanbouw (‘Steenen kamer’) of er werd een geheel nieuw huis op het land gebouwd.

Vanaf het midden van de 17e eeuw nam de groei van deze buitenhuizen toe. Er werden veel van dit soort landgoederen en buitenplaatsen gesticht. In totaal zijn er tussen 1600 en 1900 zes- a zevenduizend landgoederen en buitenplaatsen opgericht, waarvan er nu nog zo’n 500 zijn overgebleven.

Landgoed of buitenplaats?

Er is een verschil te benoemen tussen buitenplaatsen en landgoederen. Een buitenplaats is een buiten- of landhuis op een beperkte kavel met een aangelegde tuin en enkele beperkte nutsvoorzieningen, zoals een boomgaard, een hakhoutbos, een enkele boerderij en een moestuin. Het is relatief kleinschalig. Een landgoed is groter in omvang. Bij een landgoed horen ook de voorzieningen die bij een buitenplaats hoorden, maar deze werden aangevuld met meerdere boerderijen en een groot grondbezit. Deze boerderijen werden in pacht gegeven aan boeren in de omgeving. Het verschil zit hem met name in het grondbezit van de eigenaar. De boerderijen zorgden voor de nodige inkomsten om het buiten te onderhouden. Bij een buitenplaats kon ook handel de inkomstenbron van de eigenaar en de buitenplaats zijn. Zowel het landgoed als de buitenplaats was bij uitsteek een zomerverblijf. De rottingsgeuren en de viezigheid waren reden de stad in de zomer te verlaten. De buitenhuizen waren dan in de meeste gevallen alleen ingericht voor gebruik in de zomer.

De tuin van Kasteel Amerongen

Ligging

Beide types komen in Nederland voor. Alhoewel in het westen van het land met name de kleinschaliger buitenplaatsen goed waren vertegenwoordigd, lagen ook hier enkele landgoederen. Opvallend aan de buitenplaatsen en landgoederen is dat ze vaak in clusters lagen. De ligging van buitenplaatsen is het directe gevolg van de ligging ten opzichte van steden, maar ook de bodemgesteldheid is van belang in de keuze van de plaats van een buitenplaats. De oude kastelen werden meestal gebouwd op een plek waarbij het mogelijk was met natuurlijke middelen te verdedigen, denk aan water als slotgracht. De kastelen zelf stonden dan op de zandtop in een moerassig gebied. Bij de keuze voor de aanleg van een buitenplaats was dat ook van belang. Het huis moest op een droge plek staan, maar voor de aanleg van tuinen moest het ook niet te droog zijn.

Bereikbaarheid binnen een dag vanuit de stad waar men residentie hield was ook van belang. De wegen waren tot het begin van de 20e eeuw zeer slecht. De reis ging hierdoor langzaam en bereikbaarheid over water, een vaart bijvoorbeeld, was een pre bij de aanleg van een buitenhuis. Het vervoer over water ging immers soepeler.

Door deze twee belangrijke vestigingscriteria zie je dat de buitenplaatsen zich vaak concentreren op bepaalde plekken in het land.

Pieter de la Court van der Voort, zelf woonachtig op de buitenplaats Berbice in Voorschoten, schreef in 1737 een heel boek over de aanleg van een goede buitenplaats. Locatie, huisplattegrond, tuinaanleg en bijgebouwen kwamen daarin allemaal ter sprake. Het goed aanleggen van een landgoed of buitenplaats was een kunst.

Sociaal-maatschappelijk functie

Een goed aangelegde buitenplaats of een landgoed was bij uitstek een plek om je maatschappelijke status mee in beeld te brengen. Niet alleen het uiterlijk (architectonische vormgeving van huis en tuin) was van belang, ook de ligging en de zichtbaarheid droegen bij aan de status van het onroerende goed. Het was een plek waar je vrienden en belangrijke gasten kon ontvangen. Het verblijf kon veraangenaamd worden met wandelingen in de tuin of het bekijken van een tropische plantenverzameling. Er werd thee uit de Oost gedronken in de theekoepel of de tijd ging voorbij met een ander vermaak in de tuin zoals een kaatsbaan, schommel of wip. Door de rustige en informele ambiance werd deze omgeving ook zeer geschikt bevonden voor het afhandelen van belangrijke zaken. Daarmee was het een belangrijke plek in de afhandeling van politiek, handel, e.d.

Ondergang

Tot het begin van de 20e eeuw worden er nog buitenplaatsen gesticht. De omvang van het buiten wordt steeds kleiner en meer en meer wordt het als een forensenhuis gebruikt. De opkomst van trein- en tramverbindingen maken het mogelijk tussen stad en dorp heen en weer te reizen. Al vanaf het midden van de 19e eeuw wordt deze ontwikkeling bij bestaande buitenplaatsen ingezet. De huizen worden geschikt gemaakt voor bewoning het gehele jaar door en worden door de familie zelf bewoond of verhuurd. In plaatselijke kranten gaan dan advertenties verschijnen voor de verhuur van deze huizen. De tuinmanswoning wordt in gebruik genomen als een gepacht warmoezenierswoning en de boerderij wordt ook los verpacht. De eerste knip ontstaat in het eigendom.

De echte ondergang van de landgoederen en buitenplaatsen begint door de industrialisatie. In deze periode komen andere grondstoffen, productiemethoden en  vervoersmogelijkheden op gang waardoor de inkomsten van de boerderijen gekoppeld aan de buitenplaatsen omlaag gaan. De mogelijkheid de kosten van het onderhoud en personeel op een buitenplaats te financieren uit de inkomsten van landbouw en veeteelt op het landgoed/buitenplaats nemen sterk af. De eerste buitenplaatsen worden al in deze periode gesloopt. Andere buitenplaats-/landgoedeigenaren proberen hun inkomsten te vergroten door op het eigen terrein een fabriek te starten of land te verkopen aan een fabriekje. In het begin van de 20e eeuw wordt ook steeds vaker grond verkocht aan ontwikkelaars of gemeenten voor de realisatie van villawijkjes. Verbredingen van belangrijke wegen en vaarwegen, waar veel buitenplaatsen langs gebouwd waren, leidt aan het einde van de 19e eeuw tot sloop van een flink aantal buitenplaatsen. Soms werden enkele meters verderop een nieuw huis gebouwd, maar dan voor bewoning het jaar rond.

Tekst en foto’s: Linda Driesen – van der Male

Deel online:
  • Print
  • Facebook
  • Twitter
  • Hyves
  • LinkedIn
  • NuJIJ
Dit bericht is geplaatst in Artikelen, Kennis, Nieuws en getagd , , , , , . Bookmark de permalink.

2 Reacties op Ontstaan van buitenplaatsen en landgoederen

  1. Geweldig genieten altijd. Wij organiseren tochten langs buitenhuizen en landgoederen tussen Den Haag, Delft en Leidschendam-Voorburg. We komen dan langs de goudkust van weleer en dat allemaal met een boot die gebouwd is naar tekeningen van historische trekschuiten. We hebben de boot de naam Hadrianus meegegeven, naar de Romeinse keizer die het stadje in Voorburg marktrechten gaf (Forum Hadriani). Twee jaar geleden voeren we dit stuk op zondag met een paard voor de boot. Zo gingen we de oude jachtpaden af. Nu, zonder paard maar wel met prachtig uitzicht op de Vliet. De boot kan je afhuren (incl. of excl. gids), maar we organiseren ook vaartjes waar je een los kaartje voor kan kopen. We varen bijvoorbeeld op 19 en 21 juli langs buitens en ook op 17 en 19 augustus, tel. 070 445 18 69 voor informatie. Overigens: volgend jaar is het Huygensjaar. We verbinden dan de grote tentoonstelling over Constantijn en Christiaan Huygens in de Grote Kerk met Huygensmuseum Hofwijck in Voorburg en dat vrijwel elke dag!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

*

Anti-spam quiz: